Op 20 november organiseren we het event 'Circulaire Economie: van Monitoring naar Sturing' Klik hier voor alle informatie.

Verharding

15,7% (in 2024)

In 2024 is 15,7% van het Vlaamse landoppervlak verhard.

Wat zien we?

De verhardingsgraad in Vlaanderen steeg van 14,2% van de totale oppervlakte in 2013 naar 15,7% in 2024. Dit komt overeen met een netto toename van 21.080 ha (+10,9%) en een gemiddelde verhardingssnelheid van 5,3 ha per dag. Tussen 2020 en 2022 bleef de verharde oppervlakte relatief stabiel, vermoedelijk als gevolg van de verminderde economische activiteit tijdens de COVID-19-pandemie. Vanaf 2023 worden de cijfers berekend volgens een verfijnde methodologie, waardoor ze niet volledig vergelijkbaar zijn met de gegevens uit voorgaande jaren.

Waar willen we naartoe?

De toenemende verharding heeft niet alleen gevolgen voor de vraag naar materialen zoals beton, asfalt en bestratingsmaterialen, maar brengt ook belangrijke ecologische en maatschappelijke effecten met zich mee. Een hogere verhardingsgraad verhoogt het risico op overstromingen, vermindert de infiltratie en buffering van regenwater, versterkt hitte-eilandeffecten in bebouwde omgevingen, beperkt de koolstofopslagcapaciteit van bodem en vegetatie en draagt bij aan het verlies van biodiversiteit. Het terugdringen van verharding en het voorkomen van bijkomende verharding vormen daarom belangrijke beleidshefbomen in de transitie naar een meer klimaatrobuuste en duurzame ruimte.

Deze ambitie wordt weerspiegeld in verschillende Vlaamse beleidsinitiatieven. Zo stelt het Lokaal Energie- en Klimaatpact als doel om tussen 2021 en 2030 jaarlijks bij te dragen aan een totale ontharding van één vierkante meter per Vlaming, wat neerkomt op ongeveer 6,6 miljoen m² ontharde oppervlakte. Daarnaast vormt ontharding een essentieel onderdeel van de ambities uit het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Dit plan beoogt tegen 2050 de verhardingsgraad binnen het ruimtebeslag terug te brengen tot het niveau van 2015 en de verharde oppervlakte binnen zonevreemd ruimtebeslag in landbouw-, natuur- en bosbestemmingen met minstens 20% te reduceren ten opzichte van 2015.