Wat zien we?
In 2024 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen door de landbouwsector 7 209 kton CO₂-equivalenten. Over de langere termijn is sprake van een stijgende uitstoot, al wordt deze trend in de meest recente jaren doorbroken. De omvang van de veestapel speelt hierbij een bepalende rol. Daarnaast is er de groei van het aantal warmtekrachtkoppelingseenheden (WKK) in eigen beheer, waardoor een deel van de emissies verschuift van de energie- naar de landbouwsector. De daling van de uitstoot in 2022 kan voornamelijk worden verklaard door de energiecrisis, de uitzonderlijk zachte winter en een afname van het aantal varkens. In 2024 werd de uitstoot vooral bepaald door methaan (CH₄), dat met 51% de grootste bijdrage leverde aan de totale emissies. Koolstofdioxide (CO₂) was verantwoordelijk voor 29% van de uitstoot, gevolgd door lachgas (N₂O) met een aandeel van 20%.
Waar willen we naartoe?
In een circulaire economie willen we de uitstoot van broeikasgassen beperken tot een minimum aangezien ze een belangrijke rol spelen bij de opwarming van de aarde. Om die impact te beperken heeft het Vlaams Klimaatplan vooropgesteld dat de landbouwsector zijn uitstoot tegen 2030 met 26% moet verminderen ten opzichte van 2005.