Wat zien we?
Van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval ging in 2022 68,0% naar een inrichting met het oog op recyclage, compostering of vergisting. Ook een deel van het selectief ingezameld huishoudelijk afval gaat naar een inrichting voor verbranding of storten (bv. gevaarlijk houtafval en asbesthoudend afval). Op basis van de beschikbare gegevens zien we dat 65,6% van het huishoudelijk afval in 2022 effectief gerecycleerd wordt. In de laatste jaren ligt dit cijfer enkele procenten hoger dan in de periode tot en met 2018. We zien hier het effect van de uitgebreide pmd-inzameling die gefaseerd werd ingevoerd in de periode van 2019 tot 2021. Daarnaast spelen ook de invoering van gewichtsdiftar bij huisvuil en de opstart van gft-inzamelingen in steeds meer gemeenten.
Vlaanderen staat op Europees vlak aan de top met een recyclagepercentage van 60,8% van het stedelijk afval; de Europese berekening wordt op een iets andere wijze uitgevoerd.
Waar willen we naartoe?
In de circulaire economie willen we dat materialen zo lang mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk gebruikt worden. Recyclage is een strategie om materialen op het einde van een gebruikscyclus opnieuw in circulatie te brengen. Een toename van de recyclagegraad betekent dat er minder materiaal onherroepelijk onbruikbaar wordt. Het is daarnaast ook belangrijk om te streven naar zo hoogwaardig mogelijke volgende toepassingen voor materialen.
Bij de herziening van de Europese Kaderrichtlijn afval in 2018 zijn nieuwe doelstellingen en een strengere berekeningswijze opgenomen. De nieuwe recyclagedoelstellingen bepalen dat 55% van het stedelijk afval tegen 2025 gerecycleerd moet worden, 60% tegen 2030 en 65% tegen 2035. Vlaanderen heeft de doelstelling van 2025 dus reeds gehaald.