Wat zien we?
In Vlaanderen werd in 2024 minstens 60% van de afstanden met de wagen afgelegd. Daarna volgen fietsverplaatsingen, met in totaal 18.5% verdeeld over elektrische en niet elektrische fietsen. Deze stijging kan deels toegeschreven worden aan de opkomst van elektrische fietsen (7.1%) en de speedpedelec (0.7%). Andere modaliteiten zijn te voet (14.6%) en verschillende vormen van openbaar vervoer, zijnde trein goed voor 2% en bus/tram/metro voor 3%.
We zien dat de gedeelde en actieve vervoersmodi samen (openbaar vervoer, te voet, fiets of step) op dit moment goed zijn voor 38.3% van de gemaakte personenkilometers.
Waar willen we naartoe?
In een circulaire economie willen we de mobiliteitsbehoefte invullen met zo weinig mogelijk verbruik van materialen. Dat impliceert een beweging in de richting van (veel) meer gebruik van gedeelde en actieve vormen van mobiliteit. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 stelt een doelstelling voorop van een aandeel duurzame verplaatsingsmodi van minstens 40% tegen 2030. De getoonde cijfers drukken de aandelen op een andere manier uit in personenkilometers, maar illustreren dat het autogebruik dominant is.