Koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie

De koolstofvoetafdruk van de consumptie (CF) van een land of regio omvat alle broeikasgasemissies die wereldwijd ontstaan als gevolg van de consumptie van haar inwoners over de periode van één jaar. De Vlaamse finale consumptie bestaat enerzijds uit producten die in Vlaanderen geproduceerd worden voor Vlaamse consumptie, en anderzijds uit materialen en producten die geïmporteerd worden voor Vlaamse consumptie.

14,2 ton CO₂-eq./inw

  • De koolstofvoetafdruk in Vlaanderen is met 17% gedaald tussen 2010 en 2016.
  • Huisvesting was verantwoordelijk voor het grootste deel van deze daling (44%).

Wat zien we?

Uit de cijfers van Statistiek Vlaanderen blijkt dat de koolstofvoetafdruk met 17% (2,9 ton CO2-equivalenten per inwoner) gedaald is tussen 2010 en 2016. In 2016 was twee derde van de koolstofvoetafdruk van de consumptie in het Vlaams Gewest gekoppeld aan goederen en diensten die aangekocht werden door de huishoudens (bv. huisvesting, personenvervoer en voeding). De overige emissies waren vooral gekoppeld aan investeringen van bedrijven en overheden en aan overheidsdiensten waar de consument niet rechtstreeks voor betaalt (bv. onderwijs en defensie).

75% van de daling van de CF tussen 2010 en 2016 valt te verklaren door de goederen en diensten die aangekocht werden door de huishoudens. De grootste daling zat bij huisvesting (44% van de totale daling).



Waar willen we naartoe?

Doelstellingen in het Vlaamse klimaatbeleid worden vastgesteld op basis van territoriale emissies. Het beleid richt zich in de eerste plaats op maatregelen om de uitstoot van broeikasgasemissies binnen Vlaanderen te beperken. Als we enkel rekening houden met deze emissies, kunnen de effecten van circulaire strategieën (aankoopbeleid, hergebruik, recyclage …) op het klimaat zelfs negatief lijken. Nemen we echter de broeikasgasemissies buiten Vlaanderen als gevolg van de Vlaamse consumptie mee in beschouwing, dan wordt de milieuwinst van de circulaire economie duidelijk. Bovendien hebben de consumptiedomeinen met de hoogste materialenvoetafdruk (transport, voeding en huisvesting) ook de hoogste koolstofvoetafdruk en kunnen we 80% van de koolstofvoetafdruk van consumptie (107 Mton) koppelen aan de productie en distributie van wereldwijd aangekochte goederen en diensten. De overige 20% ontstaat in de gebruiksfase. De manier waarop we omgaan met materialen bepaalt dus voor een groot deel onze klimaatimpact. Circulaire strategieën moeten bijgevolg ook leiden tot een daling van de koolstofvoetafdruk. 

Wat meet deze indicator?

De koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie omvat de indirecte broeikasgasemissies, die ontstaan tijdens de productie van de geconsumeerde producten, en de directe broeikasgassen, die ontstaan tijdens de consumptie door huishoudens (gebruiksfase).
De berekening van de CF vertrekt van een milieu-input-outputmodel (IO-model). Dit model koppelt op een wetenschappelijk onderbouwde manier economische data voor de wereldeconomie aan bijbehorende milieugegevens. Met behulp van de methodologie van de Leontief-inverse worden de broeikasgasemissies door de economische sectoren in binnen- en buitenland gekoppeld aan de finale consumptie van goederen en diensten in Vlaanderen.

Ontdek meer topics

Ruimtebeslag
28,5% bebouwde ruimte

Ruimtebeslag

Deze indicator geeft aan hoe de ruimte in Vlaanderen gebruikt wordt en schept een beeld van de bebouwing- en...
Bodemverontreiniging- en sanering
4 108 saneringswerken

Bodemverontreiniging- en sanering

De bodem wordt door allerlei menselijke invloeden verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen, organische stoffen en pesticiden. In...