Wat zien we?
Eind 2025 was er bij de OVAM een oriënterend bodemonderzoek (OBO) beschikbaar voor 62% van de ongeveer 85000 Vlaamse risicogronden. Voor bijna een derde van deze gronden waren verdere maatregelen nodig en volgde een beschrijvend bodemonderzoek (BBO). In de periode tussen 1997 en 2025 werden in totaal 6299 bodemsaneringsprojecten (BSP) ingediend en conform verklaard. Eind 2025 waren 4994 bodemsaneringswerken (BSW) afgerond. In vergelijking met 2005 is het aantal afgeronde bodemsaneringswerken aanzienlijk toegenomen. Hoe langer het Bodemdecreet in werking is, hoe meer saneringen opgestart en afgerond worden. De doorlooptijd – tussen de onderzoeksfase en een afgewerkt saneringsproject kan acht jaar zitten – heeft een vertragend effect.
Waar willen we naartoe?
De bodem wordt door allerlei menselijke invloeden verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen, organische stoffen en pesticiden. Mogelijk maken dat gronden opnieuw gebruikt kunnen worden voor verschillende doeleinden zoals wonen, werken, natuur, recreatie, enz. past in het breder kader van de circulaire economie toegepast op ruimte. De OVAM wil tegen 2028 de oriënterende onderzoeken voor alle risicogronden afgerond hebben en tegen 2036 de sanering voor alle historische verontreinigingen minstens opgestart hebben. Op dit moment is er een sterk verhoogde maatschappelijke aandacht voor PFAS en andere zorgwekkende stoffen, waardoor de OVAM middelen heroriënteert naar dit thema. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie PFAS-PFOS is een uitgebreide programmawerking opgestart. De 2036-doelstelling zal geherevalueerd worden in functie van deze nieuwe realiteit.