Op 20 november organiseren we het event 'Circulaire Economie: van Monitoring naar Sturing' Klik hier voor alle informatie.

Territoriale emissies

66,4 Mton CO₂-eq (in 2024)

  • De Vlaamse emissies nemen gradueel af.
  • Vlaanderen streeft naar een daling van de niet-ETS-emissies met 40% in 2030 ten opzichte van 2005.

Wat zien we?

Ten opzichte van 2005 lag de uitstoot in 2024 27% lager. Na een graduele afname tussen 2005 en 2014 van 92 Mton naar 76 Mton CO₂-equivalenten bleef een verdere daling van de broeikasgasuitstoot uit, tot een sterke daling in coronajaar 2020, gevolgd door opnieuw een piek in 2021 om vervolgens terug onder het niveau van 2020 te zakken. In 2024 werden in het Vlaamse Gewest 66,4 Mton CO₂-equivalenten aan broeikasgassen uitgestoten, waarvan 60,2 Mton CO2-eq (89% van de totale uitstoot). Dat is een afname van 0,9 Mton CO₂-equivalenten ten opzichte van 2020.

De totale emissies kunnen worden opgedeeld in emissies die gereguleerd worden via het systeem van Europese Emissiehandel (ETS) – dit betreft vooral de industrie en de energiesector – en de emissies die niet onder dat systeem vallen (niet-ETS). Deze laatste zijn in de periode 2005-2024 afgenomen met 19%. We zien ook hier een sterke daling in coronajaar 2020 als gevolg van een sterke terugval in de transportstromen en een aantal andere economische activiteiten onder invloed van Covid-19-pandemie, aangevuld met het effect van een erg zachte winter op de verwarmingsbehoefte van gebouwen. In 2021 namen de emissies weer toe; de winter van dat jaar was kouder in vergelijking met 2020. Ook in 2022, 2023 en 2024 waren de winters zacht tot zeer zacht, wat zichbaar is in lagere emissies. De stijging van de totale uitstoot in 2024 van 0,9 Mton CO₂-eq ten opzichte van 2023 is voornamelijk een gevolg van de stijging van de ETS-emissies.

Waar willen we naartoe?

Territoriale emissies beschouwen we als gasvormige afvalproducten en lekstromen, die logischerwijs minimaal dienen te zijn. Verder moet het streven naar een circulaire economie gepaard gaan met het streven naar een lagere milieu-impact. De grote emissie van broeikasgassen, die voor een groot stuk te linken is aan de productie-, gebruiks- en afvalfase van producten, draagt bij aan de klimaatopwarming en dient zeer sterk teruggebracht te worden.

Er zijn meerdere beleidsdoelstellingen vastgelegd voor de territoriale broeikasgasemissies. Voor de ETS-emissies worden doelstellingen voor gans Europa vastgelegd en gereguleerd: de broeikasgasemissies moete tegen 2020 21% en tegen 2030 62% lager liggen dan in 2005. De Europese lidstaten moeten daarnaast hun ESR-emissies reduceren volgens een lineair afnemend pad met jaarlijkse reductiedoelstellingen. Voor de niet-ETS-emissies streeft Vlaanderen naar een lineaire daling die moet uitkomen op een waarde van -40% in 2030 ten opzichte van 2005 zoals vastgelegd in het Vlaams Energie- en Klimaatplan.