Wat zien we?
We zien een gestage afname van de gemiddelde vloeroppervlakte van zowel appartementen als woningen, gevolgd door een afvlakking van de trend vanaf 2019. De gemiddelde oppervlakte van appartementen daalde van 135 m² in 2010 naar 103 m² in 2025, terwijl woningen evolueerden van 260 m² naar 195,9 m² in dezelfde periode. Voor beide woningtypes komt dit neer op een daling van ongeveer 25%. Aangezien de gemiddelde huishoudgrootte in dezelfde periode slechts met ongeveer 3% afnam, wijzen deze cijfers op een substantiële vermindering van de woonoppervlakte per persoon in nieuwbouw.
Verschillende factoren liggen aan de basis van deze evolutie. Stijgende bouwkosten en grondprijzen, strengere energie- en milieueisen, een ruimtelijk beleid dat inzet op verdichting en een toenemend aandeel woningen gerealiseerd door bouwpromotoren en projectontwikkelaars dragen allemaal bij tot een efficiënter ruimtegebruik en kleinere wooneenheden. Daarnaast valt op dat het aantal goedgekeurde bouwvergunningen, na een piek in 2018, sinds 2019 een dalende trend vertoont.
Waar willen we naartoe?
Om het materiaalverbruik te verminderen, streeft een circulaire economie naar een zo efficiënt mogelijke invulling van de woonbehoefte. Kleiner wonen draagt bij aan een efficiënter gebruik van grondstoffen, ruimte en energie, doordat minder bouwmaterialen nodig zijn en de vraag naar verwarming, koeling en onderhoud afneemt. Daarnaast kan een kleinere woning een meer bewuste consumptiestijl stimuleren, aangezien de beschikbare opslagruimte beperkter is. Vanuit dat perspectief kan een afname van de gemiddelde woonoppervlakte per persoon worden beschouwd als een positieve evolutie richting een duurzamer gebruik van hulpbronnen. In Vlaanderen geldt voor zelfstandige woningen een minimale woonoppervlakte van 18 m².